Bart Maeson
Sinds 1 november 2026 is het aanmeldloket van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) open. Wie in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stelt en dat na 1 januari 2028 wil blijven doen, meldt zich uiterlijk 31 december 2026 aan voor de overgangsregeling van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Die termijn is hard en kan achteraf niet worden hersteld. Volgens onderzoek van Regioplan, waarnaar de NAU verwijst, weet één op de drie bedrijven die personeel uitlenen nog niet dat deze plicht eraan komt. Het zijn vooral de bedrijven die zichzelf geen uitzendbureau in de klassieke zin noemen. Vandaar dit artikel.
De Wtta (Stb. 2025, 385) voert een toelatingsplicht in voor iedereen die tegen vergoeding werknemers aan een ander ter beschikking stelt om onder diens leiding en toezicht in Nederland te werken: uitzendbureaus, payrollbedrijven en detacheerders, maar ook ondernemingen die dat af en toe doen. De wet treedt op 1 januari 2027 in werking. Vanaf 1 januari 2028 is uitlenen zonder toelating daadwerkelijk verboden en mag een inlener geen arbeid meer laten verrichten door een werknemer van een uitlener zonder toelating. De Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft vanaf die datum met boetes per arbeidskracht. Het wettelijk maximum is het bedrag van de vijfde categorie, in 2026 EUR 110.000 per overtreding; de boetebeleidsregels zijn nog niet gepubliceerd.
Toelating vraagt om een inspectierapport van een aangewezen inspectie-instelling (voor zover wij konden nagaan, werden er per 3 november 2026 nog geen instellingen aangewezen) op basis van een normenkader dat op NEN 4400 lijkt maar strenger is, een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen en een waarborgsom van EUR 100.000 (EUR 50.000 voor starters). Wie op 31 december 2026 al vier jaar als uitlener in het handelsregister staat, aantoonbaar heeft uitgeleend en een ‘schone verklaring’ betalingsgedrag van de Belastingdienst heeft, hoeft de waarborgsom niet te storten. De toelating geldt vier jaar, met elke twaalf maanden een nieuwe inspectie. De jaarbijdrage aan de NAU bedraagt in 2027 ten hoogste EUR 3.611, afhankelijk van de omzet; de aanvraagkosten worden begin 2027 bekendgemaakt.
De overgangsregeling bestaat uit twee stappen die allebei moeten worden gezet. Eerst de aanmelding, tussen 1 november en 31 december 2026. Daarvoor zijn nodig: eHerkenning niveau 3, een Berichtenbox voor Bedrijven gekoppeld aan het KvK-nummer, kloppende gegevens in het handelsregister, de verwachte netto jaaromzet over 2026 en het type aanvraag. Daarna de aanvraag zelf, tussen 1 mei en 30 juni 2027. Wie beide stappen tijdig zet, mag, ook na 1 januari 2028, blijven uitlenen zolang de NAU nog niet op de aanvraag heeft beslist; zo staat het ook op de website van de NAU. De NAU zegt het zelf zo: "Aanmelden voor de overgangsregeling is nog geen aanvraag voor toelating."
Twee praktische punten. De doorlooptijd van eHerkenning en de Berichtenbox bedraagt weken; wie ze nog niet heeft, dient deze zo snel mogelijk aan te vragen. En de NAU verwacht in 2027 en 2028 zo'n 15.000 aanvragen, die allemaal moeten worden geïnspecteerd en afgewikkeld. Wie geen SNA-keurmerk met de module ter beschikking stellen van arbeidskrachten heeft, legt beter nu een inspectie-instelling vast dan in het voorjaar van 2027.
Dat hangt af van één vraag: werken uw medewerkers bij een opdrachtgever onder diens leiding en toezicht, of onder die van uzelf? In het eerste geval stelt u arbeidskrachten ter beschikking en valt u onder de wet. In het tweede geval is er sprake van aanneming van werk of anderssoortige dienstverlening en valt u erbuiten, ook al staan uw mensen op de werkvloer van een opdrachtgever. Collegiale uitleen tegen kostprijs en uitleen binnen het eigen concern vallen er evenmin onder. Echte ZZP'ers (en ZMP’ers) ook niet; het ‘ter beschikking stellen’ van schijnzelfstandigen (werknemers dus) uiteraard wel en daar verwachten wij zeer veel discussies over in de toekomst.
Wie werk aanneemt, hoeft zich niet aan te melden, maar moet de kwalificatie vanaf 2028 wel kunnen aantonen: contracten, instructiebevoegdheid, resultaatsverplichting, eigen planning en gereedschap. Papier is geduldig, de praktijk telt.
Volgens de regering geldt de toelatingsplicht onverkort voor ondernemingen die buiten Nederland zijn gevestigd en werknemers in Nederland laten werken onder leiding en toezicht van een (Nederlandse of andere) opdrachtgever, ook als zij in hun eigen land al een vergunning hebben. Een inschrijving in het Nederlandse handelsregister is daarvoor vereist, maar die geldt onder de huidige Waadi (artikel 7a) al. De beslisboom op de website van de NAU stuurt vrijwel iedere buitenlandse dienstverrichter richting toelatingsplicht, omdat hij alleen de vraag naar leiding en toezicht stelt en het doelstellingscriterium van het Hof van Justitie (Vicoplus, C-307/09 t/m C-309/09; Martin Meat, C-586/13) buiten beschouwing laat. Dat is in onze ogen te ruim, maar het is wel de lijn waarmee u vanaf 2028 te maken krijgt.
Voor wie vanuit een andere lidstaat derdelanders in Nederland inzet, komt daar iets bij. De ‘genuine’ intracommunautaire of intra-EU dienstverrichting (Vander Elst, Essent, C-540/22) blijft uiteraard bestaan: een Nederlandse tewerkstellingsvergunning is niet nodig. Maar wie die werknemers onder leiding en toezicht van een opdrachtgever in Nederland laat werken, heeft vanaf 2028 daarnaast een Nederlandse Wtta-toelating nodig. Wie werk aanneemt niet. Het onderscheid dat voor de Wet arbeid vreemdelingen sedert Essent niet meer uitmaakt, bepaalt wel of u onder de Wtta valt.
Wij hebben ernstige twijfels of het stelsel, zoals het nu voor buitenlandse dienstverrichters is uitgewerkt, de toets aan het vrije verkeer van diensten (artikelen 56 en 57 VWEU) doorstaat: een buitenlandse vergunning of certificering telt niet mee, de waarborgsom is voor iedereen gelijk, ongeacht omvang of risico, en het normenkader is geschreven voor een Nederlandse werkgever met een Nederlandse payroll en aangiftes. Ons kantoor heeft de verenigbaarheid van het toelatingsstelsel met het Unierecht reeds op 1 juli 2026 aan de Europese Commissie voorgelegd; die procedure loopt. Zij schort de wet echter niet op. Wie op 1 januari 2028 geen toelating heeft en zich ook niet voor de overgangsregeling heeft aangemeld, moet stoppen met uitlenen, hoe sterk het Europese argument ook is.
Laat de twee sporen naast elkaar lopen: aanmelden en de Europese bezwaren bewaren voor het moment waarop zij gewicht in de schaal leggen (de aanvraag zelf, een bezwaar of (hoger) beroep en/of een boete). De aanmelding kost niets, verplicht tot niets en houdt alle wegen open. Concreet:
Leent u in Nederland personeel uit? Meld u uiterlijk 31 december 2026 aan bij de NAU. Heeft u een SNA-keurmerk met de module ter beschikking stellen van arbeidskrachten, houd dat dan in stand tot ten minste 30 juni 2027: het vervangt eenmalig het inspectierapport. Heeft u dat niet, leg dan nu een inspectie-instelling vast.
Bent u een buitenlandse onderneming die werknemers in Nederland laat werken? Laat eerst vaststellen of u ter beschikking stelt of werk aanneemt; dat onderscheid bepaalt alles. Stelt u ter beschikking, dan adviseren wij ook u om u aan te melden.
Neemt u werk aan of verricht u diensten met eigen leiding en toezicht? Dan hoeft u zich in beginsel niet aan te melden. Leg de kwalificatie wel vast en informeer uw opdrachtgevers waarom u geen toelating nodig heeft, vóórdat zij u uit voorzorg uit hun leveranciersbestand schrappen.
Leent u personeel in? Breng uw uitleners in kaart, inclusief de formele werkgevers achter uw doorleners, neem in uw contracten op dat toelating of ontheffing een voorwaarde is en richt uw administratie zo in dat u vanaf 1 januari 2027 uiterlijk op de eerste werkdag vastlegt welke werknemer van welke uitlener komt. Vanaf 1 juli 2027 kunt u de status in het openbare register van de NAU nakijken. De vernieuwde checklist van de Arbeidsinspectie vormt een goed startpunt (deze is nu nog wel op de huidige Waadi geënt).
Voor vragen over het loket, eHerkenning of de Berichtenbox is de NAU op werkdagen tussen 09.00 en 12.00 uur bereikbaar op 088 371 4141 en via het contactformulier op toelatinguitleenmarkt.nl. Voor de vraag óf u onder de wet valt, is de beslisboom van de NAU voor grensoverschrijdende situaties te grof; daarover denken wij graag met u mee.
In ons memo "Het toelatingsstelsel van de Wtta" werken wij dit uit: het tijdpad, de werkingssfeer, de eisen, de positie van buitenlandse dienstverrichters, de samenloop met andere wet- en regelgeving. Het memo is op aanvraag en tegen vergoeding verkrijgbaar. Wilt u weten wat de Wtta voor uw onderneming betekent? Neem contact op met Bart Maes (b.maes@maeslaw.nl, 06 22 41 90 06) of Elke Lenting.
Dit artikel geeft de stand van de regelgeving weer per 3 november 2026 en is algemene informatie, geen advies over uw concrete situatie.
Drenusha Hoxha on